“Begin maar al cab money te sparen.” Dat was de reactie van vriend P. toen ik hem vertelde dat ik dit jaar om tien uur les zou geven. Tien uur, zo vroeg is dat toch niet, vond ik. Maar hij rekende er dat kwartiertje wandelen naar de unief bij en het uurtje voorbereidenen en mijn ochtendhumeur … Soit, hij had er geen goed oog in, niet voor mij en niet voor de studenten.
Maar kijk! Het einde van het semester is zeer dichtbij en mijn studenten zijn niet getraumatiseerd en ik ben niet financieel geruïneerd.
Een keer, slechts een keer heb ik mijn cab money moeten aanspreken. Het was van moeten, ja, want ik was pas om 9:50 wakker. Vijf minuten later stond ik met mijn arm te zwaaien op de hoek van de straat en gelukkig stopte er onmiddellijk een taxi.
Nog buiten adem vroeg ik: “Could you bring me to Columbia, please?”
“Are you a person or an object?” was het onverwachte antwoord.
Ik was toen nog maar vijf minuten wakker, zeg ik er even bij te mijner verdediging. Dus meer dan een schaapachtig “euh,… a person” kwam er echt niet uit.
“Could you take me to Columbia, then.”
Wie al eens in een taxi in New York heeft gezeten, weet dat grammaticales krijgen van een taxidriver over het verschil tussen ‘to bring’ en ‘to take’, nu niet iets is om trots over te zijn.
En ja, het had daar fout kunnen lopen, met mijn ochtendhumeur en met de felle praat die ik soms op heb, maar ik moest er gewoon eens goed mee lachen. “Could you take me to Columbia then, please?” En omdat het nu toch duidelijk was dat ik geen echte was, volgde de onvermijdelijke “Where are you from?” en voor ik het wist, hadden we het over Oostende en de Gentse Feesten, die hij toch zo fantastisch vond.
Ik ben er geraakt, om tien uur stond ik les te geven in een taal waarin *ik* de fouten mocht verbeteren.
Alleen nog dit: crossen naar de lift en net als de deur dichtglijdt uitroepen ‘I teach at ten!’ doe je beter pas *nadat* je hebt gecontroleerd of er niet drie van je studenten in de lift staan.
Recente reacties